Mag ik een fiets meenemen in de bus? In Nederland zijn gewone fietsen over het algemeen niet toegestaan in de bus. Volledig opgevouwen fietsen zijn meestal wel toegestaan, zolang ze compact genoeg zijn en geen hinder veroorzaken. Er zijn echter uitzonderingen. De regels hangen af van de vervoerder, het type voertuig, de passagiersstroom op het moment van de rit en soms zelfs van de inschatting van de chauffeur. Daarom is het erg handig om de regels van tevoren te kennen.

Wanneer een fiets wel of niet mee mag in de bus
Bij de vraag mag een fiets in de bus is het verschil tussen een gewone fiets en een vouwfiets doorslaggevend. Voor vervoerders draait het vooral om ruimte, veiligheid en een vlotte instap. Daarom gelden er in de praktijk twee heel verschillende regels.
Het helpt om niet alleen naar de algemene regel te kijken, maar ook naar de situatie van dat moment. Een rustige bus buiten de spits is iets anders dan een volle streekbus na schooltijd. Hieronder zie je hoe dat meestal uitpakt.
Een gewone fiets mag meestal niet mee
Een gewone fiets mag in de meeste Nederlandse bussen niet mee. Dat geldt voor stadsbussen, streekbussen en vaak ook voor kleinere buurtbussen. De reden is eenvoudig: een normale fiets neemt veel ruimte in en is lastig veilig neer te zetten.
Zelfs als een bus op het eerste gezicht niet vol lijkt, kan een fiets toch in de weg staan. Het stuur, de pedalen en de wielen steken uit. Daardoor wordt het lastiger om door te lopen, uit te stappen of snel plaats te maken voor andere reizigers.
Dat speelt vooral op drukke lijnen. Denk aan scholieren in de middagspits, mensen met boodschappentassen of ouders met een kinderwagen. In zo'n situatie zorgt één gewone fiets al snel voor opstoppingen.
Ook veiligheid is een belangrijk punt. Als een bus hard remt of plots uitwijkt, kan een fiets verschuiven of omvallen. Dan kan die tegen reizigers aankomen of een deur blokkeren. Daarom kiezen vervoerders meestal voor een duidelijke regel: geen gewone fietsen in de bus.
In de praktijk is dat vaak handiger dan uitzonderingen toestaan. Zo weet iedereen beter waar hij aan toe is en hoeft de chauffeur niet telkens ter plekke te beslissen of het nog nét kan.
Als je toch met een gewone fiets reist, zijn dit vaak de meest logische alternatieven:
- Stap over op een ander vervoermiddel: Voor langere afstanden is de trein vaak geschikter dan de bus. In de trein mag een gewone fiets vaak wel mee buiten de spits, meestal met een apart fietskaartje. Dat is in veel gevallen een realistischer plan dan hopen dat de buschauffeur een uitzondering maakt.
- Stal je fiets bij een station of halte: Als je alleen het laatste deel met de bus wilt doen, kan stallen slim zijn. Denk aan een bewaakte fietsenstalling bij een station of een bekende parkeerplek bij een overstappunt. Zo neem je de fiets niet mee, maar houd je wel flexibiliteit.
- Gebruik een huurfiets op de bestemming: Voor een dagje uit of een afspraak in een andere stad is een huurfiets vaak praktischer dan je eigen fiets meeslepen. Je hoeft dan niet te puzzelen met vervoersregels en reist lichter.
Een vouwfiets mag vaak wel mee als hij is ingeklapt
Een vouwfiets mag vaak wel mee in de bus, maar alleen als hij volledig is ingeklapt. Dat is een belangrijk detail. In opgevouwen vorm zien vervoerders een vouwfiets meestal als compacte bagage, niet als gewone fiets.
Dat maakt in de praktijk veel verschil. Een kleine, ingeklapte vouwfiets kun je dicht bij je houden. Hij steekt minder uit en neemt minder ruimte in dan een standaardfiets. Daardoor is de kans kleiner dat andere reizigers er last van hebben.
Toch betekent "vaak toegestaan" niet automatisch "altijd toegestaan". Bij drukte, een kleine bus of een onveilige situatie kan een chauffeur alsnog besluiten dat het niet gaat. Ook kunnen vervoerders eigen voorwaarden hebben over formaat, plaatsing of het gebruik van een hoes.
Voor wie regelmatig met bus en fiets reist, is een vouwfiets vaak de handigste oplossing. Zeker voor woon-werkverkeer of een combinatie van bus, trein en een laatste stukje fietsen is dat in Nederland een populaire keuze.
Let daarbij op deze punten:
- Klap de fiets al in vóór je instapt: Dat klinkt logisch, maar het scheelt echt. Als je pas in de deuropening begint met vouwen, houd je andere reizigers op en wek je sneller irritatie of twijfel bij de chauffeur.
- Houd de fiets compact en dicht bij je: Draag hem bij voorkeur aan het frame of gebruik een draagriem. Zo voorkom je dat pedalen of een stuur tegen benen, stoelen of tassen stoten.
- Reis liever buiten de grootste drukte: Een vouwfiets mag vaak mee, maar tijdens de spits kan de ruimte alsnog te beperkt zijn. Een half uur eerder of later vertrekken maakt soms verrassend veel verschil.
Waarom vervoerders hier strenge regels voor hebben
Wie zich afvraagt waarom de regels zo streng zijn, kijkt vaak vanuit één rit. Vervoerders moeten juist naar het grotere geheel kijken: veiligheid, doorstroming, toegankelijkheid en de ruimte in het voertuig. Dat maakt de vraag mag een fiets in de bus vooral een praktische kwestie.
Een bus is nu eenmaal niet ingericht als bagageruimte. Mensen moeten in- en uitstappen, zich vasthouden, doorlopen en veilig kunnen staan of zitten. Daarnaast moet er ruimte blijven voor reizigers met een kinderwagen, rollator of rolstoel.
Een gewone fiets neemt te veel ruimte in
Een gewone fiets is simpelweg groot voor de ruimte in een bus. Zelfs in een ruime streekbus is de indeling gemaakt voor zitplaatsen, staanplaatsen en een paar multifunctionele plekken. Die plekken zijn meestal bedoeld voor een rolstoel, kinderwagen of mobiliteitshulpmiddel.
Een gewone fiets past daar vaak niet netjes tussen. Het frame is lang, het stuur breed en de pedalen steken uit. Daardoor neemt de fiets niet alleen veel plek in beslag, maar maakt hij de ruimte ook minder bruikbaar voor anderen.
Dat merk je vooral zodra de bus voller wordt. Een gangpad dat eerst nog vrij leek, wordt dan ineens een knelpunt. Reizigers moeten langs elkaar schuiven, kinderen bewegen onverwacht en mensen met tassen of jassen blijven sneller hangen.
Voor gezinnen is dat extra relevant. Wie met jonge kinderen reist, wil juist rustig kunnen instappen en een veilige plek vinden. Een fiets in het pad maakt dat lastiger en zorgt sneller voor onrust.
Een gewone fiets veroorzaakt in de bus meestal deze praktische problemen:
- Hij belemmert de doorloop: Reizigers moeten vlot naar achteren kunnen lopen of juist snel kunnen uitstappen. Een fiets midden in het gangpad vertraagt dat direct, vooral als de bus onderweg voller wordt dan bij vertrek.
- Hij bezet ruimte die al nodig is voor iets anders: De plekken waar een fiets misschien zou passen, zijn vaak gereserveerd voor kinderwagens, rolstoelen of rollators. In de praktijk hebben die bijna altijd voorrang.
- Hij kost extra tijd bij iedere halte: Met een fiets instappen, draaien en weer uitstappen gaat trager dan met een tas of koffer. Op een lijn met veel haltes kan dat de hele rit vertragen.
Veiligheid en drukte spelen een grote rol
Naast ruimte is veiligheid de belangrijkste reden voor de strenge regels. Een bus remt vaker en abrupter dan veel mensen denken. Dat gebeurt bij stoplichten, rotondes, voetgangersoversteken en onverwachte verkeerssituaties.
Een gewone fiets is moeilijk stevig vast te zetten. Als de bus plots remt, kan de fiets schuiven of omvallen. Dan kan een stuur, pedaal of bagagedrager iemand raken. Zeker voor kinderen of oudere reizigers is dat geen klein risico.
Drukte vergroot dat probleem. In een volle bus staan mensen dicht op elkaar en is er minder ruimte om uit te wijken. Ook de deuren moeten vrij blijven, zodat iedereen veilig kan in- en uitstappen en de bus snel leeg kan als dat nodig is.
Daarom wordt een vouwfiets vaak alleen geaccepteerd als hij echt compact is. Een gewone fiets levert in dat opzicht te veel onzekerheid op.
Belangrijke veiligheidsredenen zijn:
- Plots remmen of uitwijken: Een fiets heeft gewicht en kan daardoor flink in beweging komen. Zelfs bij lage snelheid kan dat al genoeg zijn om iemand uit balans te brengen of een pijnlijke botsing te veroorzaken.
- Vrije doorgang naar deuren en nooduitgangen: In een gewone rit lijkt dat soms minder belangrijk, maar in een noodsituatie telt elke seconde. Een object dat in de weg staat, is dan direct een probleem.
- De chauffeur moet een veilige situatie inschatten: Uiteindelijk is de chauffeur verantwoordelijk voor een veilige rit. Als die ziet dat een fiets risico geeft, is weigeren vaak de enige logische keuze.

Waar de regels per vervoerder kunnen verschillen
Hoewel de hoofdregel in heel Nederland vaak hetzelfde is, zijn de details niet overal gelijk. Dat zorgt soms voor verwarring. Wat bij de ene maatschappij zonder probleem lukt, kan bij een andere vervoerder anders uitpakken.
Ga daarom niet alleen af op ervaringen van anderen. Wat een kennis vorige maand heeft meegemaakt, hoeft op jouw lijn of in jouw regio niet te gelden. Het is slimmer om de actuele voorwaarden van de vervoerder zelf te bekijken.
Niet elke busmaatschappij hanteert dezelfde voorwaarden
De ene vervoerder noemt vouwfietsen expliciet in de reisvoorwaarden, de andere verwerkt ze onder de algemene bagageregels. Dat lijkt een klein verschil, maar in de praktijk maakt het uit. Hoe duidelijker de regel is opgeschreven, hoe makkelijker je weet waar je aan toe bent.
Bij sommige maatschappijen staat er bijvoorbeeld letterlijk dat een ingeklapte vouwfiets is toegestaan. Bij andere staat alleen dat handbagage mee mag als die geen overlast geeft. Dan hangt er meer af van het formaat van de fiets en van de situatie in de bus.
Ook regionale verschillen spelen mee. Een drukke stadslijn heeft een andere praktijk dan een rustige streeklijn. En in een kleine buurtbus is de beschikbare ruimte vaak zo beperkt dat zelfs een compacte vouwfiets al snel te groot voelt.
Daarnaast bestaan er soms tijdelijke uitzonderingen. Denk aan aangepaste regels tijdens evenementen, vakantiedrukte of op lijnen waar veel toeristen reizen.
Controleer daarom altijd deze punten:
- Of vouwfietsen expliciet genoemd worden: Als dat zo is, weet je meestal beter of jouw fiets mee mag en onder welke voorwaarden. Dat scheelt discussie bij het instappen.
- Welke bagageregels er gelden: Sommige vervoerders koppelen een vouwfiets aan maximale afmetingen of aan de regel dat de fiets geen zitplaats mag innemen. Juist die details zijn belangrijk.
- Of er uitzonderingen zijn per lijn of voertuig: Op papier kan een regel algemeen lijken, terwijl kleine bussen, buurtbussen of seizoenslijnen in de praktijk strenger zijn.
De chauffeur beslist soms bij drukte of onveilige situaties
Zelfs als de voorwaarden op papier gunstig zijn, kan de chauffeur ter plekke anders beslissen. Dat voelt voor reizigers soms onduidelijk, maar is in de praktijk heel logisch. De chauffeur ziet meteen of de bus al vol staat, of de deuren vrij blijven en of jouw fiets goed hanteerbaar is.
Een rustige rit op dinsdagochtend is iets anders dan een volle bus na schooltijd of een lijn richting een festival. In de eerste situatie is er vaak meer mogelijk. In de tweede niet.
Daarom helpt het om de chauffeur niet voor een lastige keuze te zetten. Als jouw vouwfiets al netjes is ingeklapt en je snel kunt instappen, oogt dat veiliger en praktischer. Dan is de kans op toestemming groter.
Word je toch geweigerd, dan is het meestal beter om dat zonder discussie te accepteren. De chauffeur beslist niet om het lastig te maken, maar om de rit veilig te houden.
Wat in de praktijk helpt:
- Bereid je instap voor: Houd je fiets compact vast en zorg dat je betaalmiddel klaar is. Zo voorkom je oponthoud bij de voordeur en laat je zien dat je rekening houdt met andere reizigers.
- Vraag vriendelijk en kort: Een simpele vraag werkt beter dan een lange uitleg. De chauffeur moet snel beslissen en heeft weinig tijd voor discussie.
- Houd een alternatief achter de hand: Als je weet welke volgende bus, trein of route ook mogelijk is, levert een weigering veel minder stress op.
Ook tijdstip en type voertuig kunnen verschil maken
Niet alleen de vervoerder maakt uit. Ook het tijdstip en het soort bus spelen mee. Een grote gelede bus biedt vaak meer ruimte dan een kleine buurtbus. En een rit in de daluren is heel anders dan de ochtend- of middagspits.
Bij drukke schoollijnen, evenementenvervoer of ritten naar een station is de bezetting vaak voorspelbaar hoog. Dan wordt strenger gekeken naar alles wat extra ruimte inneemt. Ook als een vouwfiets op papier mag, kan hij dan alsnog onhandig zijn.
Voor gezinnen is planning daarom extra belangrijk. Met kinderen, tassen en misschien een buggy wil je liever niet gokken of het wel goedkomt. Door iets rustiger te reizen, maak je het jezelf vaak veel makkelijker.
Denk vooraf aan deze factoren:
- Spits of daluren: Buiten de spits is er meestal meer ruimte in de bus. Daardoor is de kans groter dat een compacte vouwfiets zonder problemen mee kan.
- Grote streekbus of kleine buurtbus: In een buurtbus is de bewegingsruimte beperkt. Wat in een grotere bus nog haalbaar is, wordt daar al snel te krap.
- Seizoen en bestemming: In de zomer of tijdens vakanties reizen meer mensen met strandtassen, koffers of kinderwagens. Ook dat beperkt de vrije ruimte in de bus.
Waar je op let als je een vouwfiets meeneemt
Wie een vouwfiets meeneemt, heeft meestal een praktische oplossing in handen. Toch gaat het alleen goed als je hem slim gebruikt. Voor de chauffeur en voor andere reizigers maakt het veel uit hoe compact, schoon en hanteerbaar jouw fiets is.
Zie een vouwfiets daarom niet als een vrijbrief, maar als een mogelijkheid onder voorwaarden. Met een beetje voorbereiding voorkom je gedoe en reis je een stuk relaxter.
Klap de fiets volledig in
Een vouwfiets moet echt volledig ingeklapt zijn. Een half ingeklapte fiets blijft onhandig. Het stuur kan draaien, de pedalen steken nog uit en het geheel neemt alsnog meer ruimte in dan nodig is.
Daarom is het slim om de fiets al bij de halte in te klappen. Niet pas als de bus voorrijdt en al helemaal niet in de deuropening. Dat scheelt tijd en laat zien dat je voorbereid bent.
Als je jouw vouwfiets nog niet lang hebt, oefen het inklappen dan thuis een paar keer. Sommige modellen klappen in enkele seconden dicht. Andere hebben meerdere stappen, zoals een stuur vergrendelen of een zadel inschuiven.
Dat klinkt misschien overdreven, maar het maakt in de praktijk veel verschil. Zeker als je haast hebt of met kinderen reist, wil je niet nog moeten uitzoeken welke hendel ook alweer waar zit.
Handige aandachtspunten:
- Controleer of alles goed vastzit: Een los frame of klappend wiel maakt dragen onhandig en ziet er onveilig uit. Zet de vergrendeling daarom altijd goed vast vóór je instapt.
- Vouw uitstekende delen zo ver mogelijk in: Inklapbare pedalen, een ingeschoven stuur of een lager zadel schelen net genoeg om prettiger door te lopen in een smalle bus.
- Gebruik eventueel een draaghoes: Dat hoeft niet altijd, maar het maakt de fiets compacter in gebruik. Bovendien blijven vieze banden of kettingdelen dan beter afgeschermd.
Zorg dat de fiets geen overlast geeft
Ook een ingeklapte vouwfiets moet je goed onder controle houden. Zet hem niet los in het gangpad en ga er niet van uit dat er de hele rit wel ruimte blijft. Een bus die rustig vertrekt, kan twee haltes later ineens vol staan.
Houd de fiets dicht bij je lichaam of op een plek waar hij niemand hindert. Als je zit, zorg dan dat hij niet uitsteekt in de looproute. Als je staat, houd hem stabiel vast, vooral in bochten en bij remmen.
Let ook op kleine dingen. Een natte band, een los pedaal of een uitstekende standaard kan sneller lastig zijn dan je denkt. Juist in een krappe ruimte vallen dat soort details op.
Voor gezinnen helpt het om taken te verdelen. De ene ouder let op de kinderen, de andere houdt de vouwfiets en tassen bij elkaar. Dat geeft meer rust tijdens het instappen en uitstappen.
Denk aan deze praktische punten:
- Blokkeer geen deur of looppad: Ook niet "maar heel even". Reizigers moeten snel kunnen uitstappen, zeker bij korte haltes of een volle bus.
- Let op vuil en natte onderdelen: Na regen of een rit over zand en modder kunnen banden en kettingdelen afgeven. Met een doek of hoes voorkom je vieze kleding of stoelen.
- Voorkom stoten en gerammel: Een slecht vastgehouden fiets kan tikken tegen stoelen of benen. Dat lijkt klein, maar wordt al snel als storend ervaren.
Controleer vooraf de regels van je vervoerder
De simpelste manier om problemen te voorkomen, is vooraf even checken wat jouw vervoerder precies zegt. Kijk op de website of in de app en zoek niet alleen op"fiets", maar ook op "vouwfiets" en "bagage".
Let op woorden als"volledig ingeklapt", "geen overlast", "ter beoordeling van de chauffeur" en"op eigen risico". Juist die kleine formuleringen bepalen wat je onderweg kunt verwachten.
Reis je met meerdere vervoermiddelen, bijvoorbeeld bus en trein, controleer dan elk deel apart. Een vouwfiets die in de bus mee mag, valt in de trein soms weer onder andere regels.
Sla de informatie eventueel op je telefoon op. Dat is geen garantie dat je altijd mee kunt, maar het helpt wel om voorbereid op pad te gaan.
Controleer in elk geval het volgende:
- De actuele voorwaarden: Regels kunnen veranderen. Vertrouw daarom niet alleen op wat je eerder hebt meegemaakt of wat iemand anders ooit heeft verteld.
- Meldingen over drukte of uitzonderingen: Soms zijn er tijdelijke beperkingen door evenementen, omleidingen of vervangend vervoer. Dan kan de praktijk anders zijn dan normaal.
- De hele reis, niet alleen de bus: Als je overstapt op trein, metro of pont, kijk dan ook daar naar de voorwaarden. Dat voorkomt verrassingen halverwege.

Wat je kunt doen als een gewone fiets niet mee mag
Als blijkt dat een gewone fiets niet mee mag, hoeft dat niet meteen een probleem te zijn. In veel gevallen is er een slim alternatief waarmee je alsnog prettig reist. Nederland is juist sterk in dat soort combinaties van openbaar vervoer en fiets.
Het helpt om niet alleen te denken in "mijn fiets moet mee", maar in "hoe kom ik het handigst op mijn bestemming?". Dan blijken er vaak meer opties te zijn dan je eerst dacht.
Kies voor een vouwfiets of OV-fiets
Als je vaker bus en fiets wilt combineren, is een vouwfiets vaak de meest praktische oplossing. Niet omdat het een wondermiddel is, maar omdat hij beter past bij hoe het openbaar vervoer is ingericht. Je kunt hem meenemen, compact opbergen en meestal zonder veel gedoe combineren met andere delen van je reis.
Gebruik je maar af en toe een fiets op je bestemming, dan is een OV-fiets vaak logischer. Je reist lichter, hoeft niets te tillen en bent niet afhankelijk van de vraag of jouw eigen fiets mee mag.
Voor veel mensen is dat uiteindelijk ook gewoon relaxter. Je hoeft minder te plannen rondom vervoersregels en kunt je route eenvoudiger aanpassen als er iets verandert.
Een paar realistische afwegingen:
- Een vouwfiets is handig bij vaste routes: Reis je vaak van huis naar bushalte, daarna naar werk of station en dan nog een laatste stukje? Dan loont een eigen vouwfiets, omdat je precies weet hoe je hem gebruikt en niet afhankelijk bent van beschikbaarheid.
- Een OV-fiets is prettig voor incidenteel gebruik: Voor een afspraak, museumbezoek of dagje uit is huren vaak makkelijker. Je hoeft thuis niets op te bergen en hebt geen extra gewicht mee onderweg.
- Kijk vooral naar je eigen ritme: Wie dagelijks reist, maakt vaak andere keuzes dan een gezin dat één keer per maand een uitje plant. De beste oplossing is dus niet per se de goedkoopste of meest populaire, maar degene die bij je routine past.
Kijk of trein, metro of veerpont wel een optie is
Soms is de bus juist het minst geschikte deel van je reis. Dan kan een combinatie met trein, metro of pont beter werken. In de trein mag een gewone fiets buiten de spits vaak wel mee. Op sommige ponten is een fiets zelfs heel normaal.
Dat maakt het slim om breder te kijken dan alleen de snelste route in een reisplanner. Misschien kun je beter eerst een stuk fietsen naar een station, of een pont nemen en pas daarna verder reizen met het openbaar vervoer.
Voor recreatieve ritten werkt dat vaak verrassend goed. Denk aan een dagje naar de kust, een fietstocht in een natuurgebied of een bezoek aan een stad waar een veerverbinding deel van de route is.
Let wel op de praktische kant. Met een gewone fiets wil je liefst ruime overstaptijd, toegankelijke perrons en zo min mogelijk trappen. Zeker met kinderen of bagage maakt dat veel uit.
Mogelijke alternatieven zijn:
- De trein voor langere afstanden: Dat is vaak de beste keuze als je je eigen fiets echt nodig hebt op de bestemming. Controleer wel de spitstijden, want juist daar lopen veel reizigers tegenaan.
- Metro of sneltram in stedelijke gebieden: In sommige regio's zijn de regels daar minder streng dan in de bus, vooral buiten drukke momenten. Dat kan een handige omweg zijn.
- Een veerpont bij recreatieve routes: In gebieden met waterverbindingen is de pont vaak heel fietsvriendelijk. Bovendien is het voor kinderen vaak nog een leuk onderdeel van de reis ook.
Plan je rit vooraf om verrassingen te voorkomen
Een goede voorbereiding scheelt bijna altijd gedoe. Als je vooraf weet dat een gewone fiets niet mee mag, kun je daar je route op aanpassen. Dan hoef je niet op het laatste moment te improviseren bij de bushalte.
Gebruik daarbij niet alleen een reisplanner, maar kijk ook naar de website van de vervoerder, kaarten van stations en informatie over stallingen of huurfietsen. Zo krijg je een realistischer beeld van je reis.
Voor gezinnen is dat extra prettig. Met kinderen, tassen en tijdsdruk wil je liever niet ter plekke moeten uitzoeken wat plan B wordt. Een uitgewerkte route geeft rust.
Denk ook aan kleine praktische zaken. Hoe ver is het lopen van halte naar station? Is er een lift? Kun je een fiets veilig stallen? Zulke details maken in de praktijk vaak meer uit dan één minuut reistijd.
Een handige voorbereiding ziet er zo uit:
- Controleer regels én drukte: Kijk niet alleen of iets officieel mag, maar ook hoe druk de lijn meestal is. Dat geeft een realistischer beeld van je kansen.
- Plan overstappen ruim genoeg: Met een fiets, kinderen of bagage kost verplaatsen meer tijd. Een overstap van drie minuten lijkt op papier prima, maar is in de praktijk vaak te krap.
- Zorg voor een plan B: Denk aan een alternatieve halte, een station in de buurt of een huurfiets op de bestemming. Dan loopt je dag niet vast als de eerste optie niet lukt.
Conclusie
Wat betreft het meenemen van fietsen in de bus: gewone fietsen zijn over het algemeen niet toegestaan. Vouwfietsen zijn meestal wel toegestaan, maar ze moeten volledig opgevouwen zijn en mogen het verkeer niet hinderen. Naast de basisregels moet er echter ook rekening worden gehouden met specifieke omstandigheden. Of een fiets mee mag in de bus hangt af van de vervoerder, het type voertuig, de passagiersstroom en de inschatting van de chauffeur.